AFS ZUL: over de organisatie

 
   
Een kleine boodschap? Klik dan op het deurtje…  

Over de organisatie

historiek:

structuur van AFS-Vlaanderen

De historiek van AFS (American Field Sevice)
gaat bijna 100 jaar terug.
Ze heeft haar wortels in de moed en zelfopoffering
van enkele Amerikaanse vrijwillige ambulanciers
die tijdens WO I hun humane diensten aanboden
op de Europese slagvelden.
Na WO II ontstond de idee
om ook buiten oorlogsomstandigheden
mensen uit verschillende landen met elkaar in contact te brengen
om begrip en waardering voor ieders cultuur te bevorderen.
De basisidee van AFS was geboren!


Ieper 11 mei 2008:
90 jaar American Field Service, 60 jaar uitwisselingen met België en 30 jaar AFS Vlaanderen.
Dat werd heel plechtig gevierd!
Toespraak Lieven Bauwens, voorzitter van de Raad van Bestuur van AFS Interculturele Programma's vzw
Toespraak Tachi (Francisco) Cazal, Francisco (Tachi) Cazal, President and CEO of AFS International
• Toespraak Yves Leterme, Eerste Minister

"In 1948 four Belgian youngsters went to the United States to live with a host family and to attend a local secondary school for an entire academic year. These four, two Dutch speaking and two French speaking youngsters, were the beginning of sixty years of intercultural exchange and of what we call today “immersion into another culture”. It is no coincidence that we celebrate the 60th anniversary of AFS Vlaanderen in Ieper. This year, 2008, we also remember the end of the Great War of 1914-1918, and AFS, the American Field Service, was founded during that war as a volunteer-run, civilian-financed ambulance organization, operating from Paris. Its mission was one of compassion, not of conflict. AFS was an answer to a humanitarian question: how can we help the casualties of that conflict? After the First World War and again after the Second World War AFS asked another, more fundamental question: how can we contribute to prevent military conflicts?

Het antwoord dat AFS gaf, ging regelrecht in tegen de klassieke stelling: si vis pacem, para bellum (als je de vrede wilt, bereid de oorlog voor). AFS gaf als antwoord: si vis pacem, para pacem (als je de vrede wilt, bereid de vrede voor). En hoe bereid je de vrede voor? Door jonge mensen, de volwassenen van morgen, uit verschillende culturen met elkaar in contact te brengen in een lerende omgeving. “Intercultureel leren” is niet alleen een interessant kosmopolitisch onderdeel van ons “levenslang leren”, het draagt ook bij tot een vredevollere wereld. Als mensen schoolkameraden zijn geworden en ook intellectueel samen zijn geëvolueerd, wordt het voor hen moeilijker om bij spanningen elkaar als vijanden te zien. Je schiet niet iemand neer die je als broer en zielsgenoot hebt leren kennen. De ambulanciersorganisatie van weleer werd aldus een organisatie van interculturele uitwisseling, vandaag de grootste ter wereld en niet alleen tussen Europa en Amerika, maar wereldwijd.

2008 is een jaar van veel herdenkingen. 1958 en 1968 springen hierbij het meest in het oog: Expo 58 en Mei 68. In 1958 kwamen de vele naties van de wereld naar Brussel om er hun economie en hun cultuur te tonen. In 1968 voelden studenten zich wereldwijd met elkaar verbonden. Maar tien, respectievelijk twintig jaar eerder al, in 1948, was AFS begonnen niet met de wereld naar ons land te brengen maar met jonge landgenoten over de oceaan te sturen, opdat er een universele verbondenheid zou ontstaan, niet op basis van ‘good vibrations’ zoals in 1968 maar op basis van ‘good relations’.

e Amerikaanse onderwijshervormer John Dewey vergeleek in 1938, ook een jaar met een 8, het leerproces van een mens met de tocht van een verkenner door een onbekend landschap: wat hij op de landkaart heeft gezien, moet hij meemaken om het echt te begrijpen. Die stap van leren naar ervaren is essentieel voor de vorming van een mens. Je kunt je iets pas ten diepste eigen maken, als je het zelf hebt ervaren. Culturele uitwisselingen zetten die stap van leren naar ervaren. Wanneer iemand opgenomen wordt in een gastgezin in een vreemd land, wordt hij deelgenoot van een cultuur. Die culturele onderdompeling beschermt hem tegen twee gevaren: die van de xenofobie en die van de idealisering.

Ja, ook de idealisering van een andere cultuur is een gevaar. Waardering van andere culturen die berust op idealisering, blijft niet duren. Idealisering is een omgekeerde vorm van xenofobie. Echte waardering is realistisch, dat wil zeggen dat ze ook ontgoochelingen aankan. Elke jongere van bij ons die een jaar of een trimester in een vreemd land heeft doorgebracht, en elke jongere die van elders in een gastgezin bij ons heeft verbleven, heeft momenten gekend dat hij zich buitengesloten voelde of dat hij zich niet thuis voelde. Op zo’n momenten van cultuurshock verlaat de waardering de fase van de idealisering en wordt duidelijk wat waardering wezenlijk is. Niet dat we hetzelfde zouden zijn of denken is het ideaal, maar dat we vreedzaam en vriendschappelijk kunnen samenleven, niet ondanks maar dankzij onze verschillen.

Echt respect en echte waardering voor andere culturen brengen daardoor ook respect en waardering mee voor de eigen cultuur. Dat is nodig, want kosmopolitisme zonder thuisgevoel leidt tot vereenzaming: het is een waanidee te denken dat men overal thuis kan zijn zonder een eigen thuis te hebben.

Het is geen toeval dat we vandaag twee (ogenschijnlijk tegengestelde) tendensen zien die Alvin Toffler in 1978, weer een jaar met een 8, voorspelde in een voorstudie van zijn boek The Third Wave: het zullen dezelfde mensen zijn die verlangen naar lokale verbondenheid en die mondiale belangstelling hebben. Think global, act local, zegt men in de economie. Ik ben blij deze dubbele dynamiek ook te mogen lezen in de 2010 Vision van AFS. Ik citeer: “It is our belief that people change the world by taking responsibility in their local community aided by a wider global perspective.”

Wij leven steeds meer in een globale economie. Het is dan ook belangrijk dat jonge mensen kansen krijgen om globaal te denken en vanuit een planetaire verbondenheid te werken in de eigen samenleving. Dat verhoogt niet alleen hun toekomstige professionele kansen in een globaliserende economie, maar dat vermenselijkt ook die globalisering.

De economie is vandaag een wereldwijde competitie waarbij wel eens in termen van ‘verovering’ wordt gedacht: het veroveren of heroveren van markten. Opdat deze economische wereldcompetitie geen economische wereldoorlog zou worden, is het belangrijk dat er naast de wereldwijde zakelijke netwerken ook wereldwijde menselijke netwerken ontstaan. En daarvoor zorgen de interculturele uitwisselingen

De mondialisering heeft twee betekenissen: ten eerste de toename van de internationale economische transacties en van de economische afhankelijkheid; ten tweede het wereldwijd naar elkaar toegroeien van het economisch beleid van de naties binnen de markteconomie.

Precies omdat wij voor productie, consumptie en dienstverlening van elkaar afhankelijk zijn geworden en die afhankelijkheid beleven op een open markt, moeten we elkaar ook cultureel kunnen ontmoeten en verrijken. Zoals de industriële innovatie alleen maar mogelijk is als een voldoende groei van het binnenlandse ondernemerschap samengaat met samenwerking met buitenlandse bedrijven, is ook de culturele vooruitgang afhankelijk van voldoende eigen creativiteit in uitwisseling met andere culturen. Een cultuur is in principe open. Net zoals economisch protectionisme een kortzichtige verdediging is van het eigenbelang die op termijn contraproductief blijkt, leidt ook het afgrendelen van de eigen cultuur op de duur tot verarming.

I opened my speech by saying that it is not a coincidence that the 60th anniversary of AFS Vlaanderen is held in. It is a coincidence that at this very moment in Ieper’s Flanders Field Museum a special exhibition ‘Man-War-Culture’ is staged about the more than fifty cultures from five continents that were present in the European battlefields of the First World War. For these many cultures the frontline was the only place and the war was the only moment where their histories met. The sixty years of AFS-intercultural exchange has made it possible that peace became the time and the globe became the place for cultures and their histories to meet. My wish for the next sixty years is that AFS may enable people, especially young people, to act as responsible global citizens working for peace and understanding in a diverse world."

 

terug naar de startpagina